zondag 24 november 2013

Rue des Capucines

Zaterdagavond. Niet zo gek dus dat gezellige rumoer in de kamers aan weerskanten naast mij. Iets te luidruchtig eigenlijk en al snel ontaardend in ruzie. Franse dronkemansruzie. De vrouw, roept vaak Non! Non! En klinkt als Piaf, maar zing niet dat ze nergens spijt van heeft. De man kan ik niet verstaan. Het lijken meer mannen en ik denk ook wat verkeer langs mijn deur tussen de kamers te horen. Pech voor hun weekeinduitje, dat ik tussenin zit... Ik ga er niet op af. Ik heb ervaring met alcoholische ruzies en geen zin dat het stel of de groep zich verder op mij stort. Bovendien lig ik al in mijn ponnetje in bed. Zet mijn TV een beetje harder, hoest eens flink of ga nogal bonkig tegen de klapperende achterkant van mijn bed verzitten Vooral als er een momentje van relatieve stilte valt. Misschien realiseren ze zich hoe gehorig het hier is.
Tevergeefs, en de Franse versie van Fort Boyard kan mij ook al niet boeien. Zo'n i-pad en wifi is toch fijn, kan ik lekker naar gemiste uitzending van Overspel kijken. Duw m'n oortjes goed in mijn oren, krijg een facebookreactie dat het voor mij niet te hopen is dat het stel het ook nog "goed" gaat maken. Op hetzelfde moment is het Non! van Edith een smachtend en vaak herhaald Oui!! geworden. Ze schreeuwt m'n hele Overspel de werkelijkheid in. Tja, nou snap ik waarom je niet bij hem weggaat! Ook dit gaat eens voorbij, toch? Ze blijven gezellig napraten. Daar kan ik wel bij slapen. Even dan, want tegen drieën vindt de volgende beurt plaats en die van vijf uur is mogelijk nog heftiger. Ik moet zijn weggedommeld, want nu is het geluid van gisteravond weer terug, alleen harder. Edith wil weg, wil dat de deur open gaat en ze beweert vrienden te hebben. Maar ze gaat niet, ze schreeuwt steeds harder en ik denk aan de slavinnen die van de week in Londen zijn gevonden, de dag tegen het huiselijk geweld tegen vrouwen die morgen plaatsvindt en aan heel veel detectives die ik las of zag en het is eng! Ik weet ook zeker dat ik minstens twee mannen hoor, maar die kan ik niet verstaan. Het hotelletje is klein, ligt wat achteraf. Eén etage lager, op de balie in het halletje met de brommende frisdrankautomaat ligt een bel om ergens een nachtportier te bellen. Al die dagen dat ik hier ben heb ik hier, behalve de mooie Kameroense die mijn bed elke morgen tegen mijn zin stijf instopt, niemand gezien. Ik durf de gang niet op en bellen naar een noodnummer van het hotel ook niet. Misschien is dit wel een hobby van die onzichtbare nachtportier... Politie dus... 112, in mijn schoolfrans fluister ik vanuit mijn badkamer wat er aan de hand is en dat ik heel bang ben. Ze zullen iemand sturen. Edith wil nog steeds weg.
Oh, god, ik moet die politie natuurlijk binnenlaten en te woord staan... Heel zachtjes kleed ik mij aan en sluip de gang op. Wel fijn nu dat ze zoveel lawaai maken, maar ik krijg mijn sleutel bijna niet in het gat. Edith is niet de enige die nu heel snel weg wil!
Buiten is het stervenskoud en nog donker. Eindje lopen, op de boulevard de politie opwachten. Prachtig morgenlicht maakt kastelen van wolken.



Ik ga terug. Het duurt lang, ik schat zeker een half uur. Ineens komt er een klein vrouwtje naar buiten. Dat moet Edith zijn! Ik ga naar haar toe en vraag of zij dat was in kamer 10. Ze biedt haar verontschuldigingen aan en wil er vandoor. Op dat moment komt de politie. Nu wordt Edith boos op mij. Beweert dat ze gewoon een couple waren, gezellig met z'n tweetjes, geen andere mannen... We staan een beetje opzij en er komt een miesgazzertje uit de deur van het hotel. Ik wijs de politie hierop, maar die is meer geïnteresseerd in de identiteitskaarten van Edith en van mij en het mannetje loopt weg. We gaan naar boven, de kamer is een redelijke ravage en ik maak mij uit de voeten. Het hotel hoort bij een chiquere zus aan de boulevard, daar ga ik heen. Gelukkig, de nachtportière van daar staat al achter de koffiemachine. Ontdaan vertel ik mijn verhaal. Even ontdaan biedt zij mij koffie en een croissant aan. Die lust ik echt ALTIJD! Maar nu kan ik geen hap door m'n keel krijgen. Even later begint haar collega, mooie Marie aan haar dienst. Die ondervraagt mij met de precisie van een rechercheur. Weet ik zeker dat het lawaai uit kamer 10 kwam en niet uit 12? Tja, ik ben wel een beetje in de war maar nou ook niet weer zo erg... Maar was ook vergeten aan de politie te zeggen dat die kamer er mogelijk ook verband mee hield. Marie had gisteravond een schreeuwende, klagende mevrouw uit kamer 12 aan de telefoon gehad... Ik weet het niet. Na twee koppen koffie en uiteindelijk toch die croissant ben ik weer een beetje gekalmeerd. De Patron is inmiddels gearriveerd en wil wel met mij meelopen terug naar het hotel. Volgens hem heeft het bezoek van kamer 12 er niks mee te maken. Inmiddels is de Kameroense de bewuste kamer aan het opruimen. Hoewel ik het geluid van een middelmatige verhuizing gehoord had, valt de ravage mee. Alleen de vele tinten roodbruine vlekken op de lakens doen toch erg aan zo'n detective denken. Ik fris mij wat op, ga nog maar een kop koffie halen en Marie en de Patron bedanken voor hun begrip. De Patron vraagt of ik de mensen van kamer 12 al gezien heb. Nee, heb ik niet. Ik ga doodmoe op stap, de eerste dag dat er echt warme zon schijnt.

Zondagavond ben ik weer "thuis" in mijn kamer. Het is stil, heel stil in kamer 12...